De historie van GINAF

De heer Evert van Ginkel Sr. begon in 1933 met een autohandel in Ederveen. Vlak na de oorlog startte het bedrijf met kippertransport en het ombouwen van A-Fords tot landbouwtractoren.

U kunt hier een uitgebreide beschrijving van de geschiedenis van GINAF downloaden [pdf, ca. 5 Mb].

Op 1 november 1948 richtten beide broers Adrie en Wulfert een VOF op, die de voortzetting was van de autohandel van hun vader. Hun werkzaamheden bestonden uit dumphandel en de ombouw van voertuigen.

In de jaren vijftig werden door de van Ginkels voornamelijk REO’s, afkomstig uit overtollige Amerikaanse legervoorraden, in originele staat verkocht. Eventueel werd de oorspronkelijke benzinemotor vervangen door een nieuwe Leyland-Daf dieselmotor. 

De watersnoodramp in 1953 zorgde ervoor dat de behoefte aan kippers enorm steeg.

De aankoop van een enorme partij dumponderdelen van het Amerikaanse leger in 1959 had tot gevolg dat de beide broers, die inmiddels versterking hadden gekregen van een derde broer, Evert-Jan, besloten de zaken professioneel aan te pakken en hieruit nieuwe wagens te gaan bouwen. Dit waren REO’s met een wagenmakerscabine.
De klant kon zelf het merk motor kiezen. Met DAF componenten werden echter meest positieve ervaringen opgedaan.

In 1967 kreeg Van Ginkel erkenning van de Rijksdienst voor het Wegverkeer en liet men zich inschrijven als erkend constructeur. De producten werden voortaan als GINAF verkocht. GINAF kreeg een stevige positie op de kippermarkt.
In technisch opzicht bleven de wagens samengesteld uit componenten met een legergroen verleden. Assen, versnellingsbakken, stuurinrichtingen e.d. bleken na een grondige revisie onverslijtbaar. Deze delen zorgden voor een lage aanschafprijs, hetgeen voor velen de doorslag gaf juist een GINAF te kopen. De jaarlijkse productie groeide naar zo'n 150 wagens. In de zeventiger jaren werden steeds meer nieuwe componenten (zoals cabines) gebruikt, het meest afkomstig van Daf.

In 1976 introducteerde GINAF een eigen vierasser, de KFS 16 8x8. Dit was de tweede 8x8 op de Nederlandse markt. Eind 1978 verhuisde GINAF naar een nieuw bedrijfspand te Veenendaal. In Ederveen bleven het onderdelenmagazijn en de serviceafdeling gevestigd. Per 1 januari 1992 zijn de oude en nieuwe vestigingen in aparte BV's opgesplitst.

Tot in 1987 bleven voertuigen, deels voorzien van onderdelen uit de legerdump in productie. In 1980 was de primeur van de F 480 8x8, de eerste GINAF die geheel uit nieuwe onderdelen was opgebouwd. Op 1 februari 1982 werd een contract met DAF waarbij werd overeengekomen dat laatstgenoemde zou zorgdragen voor de verkoop en service van de GINAF producten.

GINAF is nog altijd een onafhankelijk familiebedrijf. Al sinds de jaren zeventig kent GINAF een nauwe samenwerking met DAF. Door de jaren heen zijn vele ombouwwerkzaamheden voor Daf uitgevoerd. De jaren tachtig kenmerken zich door het streven naar steeds meer laadvermogen. Op de RAl van 1984 liet GINAF opnieuw de concurrentie ver achter zich met de introductie van de eerste vijfassers. De komst van nieuwe, zwaardere componenten maakte het mogelijk de productlijn flink op te waarderen.
Nog hogere tonnages bleken echter mogelijk door toepassing van het in 1986 geďntroduceerde HPVS veersysteem.

Sinds 1988 past GINAF het modulaire bouwprincipe toe. Het bedrijf koopt bij Daf standaardcomponenten en bouwt de wagen in modules op. Hierdoor kan er flexibeler worden gewerkt en een grotere verscheidenheid aan modellen worden geproduceerd.
Vanaf 1990 konden bijna alle modellen met de nieuwe DAF 95 cabine worden geleverd (de G-serie). Gelijktijdig met de introductie van de nieuwe serie werd de typeaanduiding aangepast. Via een cijfercode is direct te zien hoeveel assen er totaal zijn, hoeveel er hiervan aangedreven worden en welk wettelijk GVW de auto heeft.

In 1991 presenteerde GINAF het EVS (Elektronisch Voertuig Stuursysteem). Speciaal ontwikkeld om bij widespread tandems de achterste starre as te laten sturen. Dit levert een toename van het wettelijk laadvermogen van 4 ton op. In het najaar van 1993 introduceerde GINAF de M-serie met een DAF F75 of 85 cabine. Na de introductie van de Tridem-serie (met triple-achterasopstelling) volgde de huidige X-serie.

Door de jaren heen zijn door GINAF ook veel kleine series of enkelstuks gebouwd. Deze “specials” zijn een uitvloeisel van de grote flexibiliteit die GINAF tentoonspreidt.